‘Uiteindelijk gaat het om de maatschappelijke impact’
Als voorzitter van Omgevingsdienst NL en directeur van Omgevingsdienst Groene Metropool beweegt Ruben Vlaander zich tussen strategie en uitvoering. Twee rollen die veel vragen, maar hem vooral energie geven. “Eerder werkte ik in Den Haag aan beleid en wetgeving. Ik stapte over omdat ik wilde weten hoe Nederland in de praktijk werkt. Dáár zie je wat al die regels betekenen. Inmiddels ligt mijn hart bij de uitvoering.”
Het werk van de 26 omgevingsdiensten wordt steeds belangrijker. Denk aan opgaven als stikstof, industrie, energie en woningbouw. Grote maatschappelijke uitdagingen die je alleen samen kunt oplossen. Niet altijd even makkelijk, wel broodnodig, zegt Ruben. “De vorige eeuw draaide om wetten en regels. Deze eeuw is de eeuw van de uitvoering. Daarvoor moeten we minder focussen op juridische perfectie en meer op wat ons werk oplevert voor de samenleving.”
Ruben Vlaander, voorzitter OmgevingsdienstNL.
(fotografie: Jacques Kok)
Lef hebben
Dit vraagt ook van de omgevingsdiensten om een andere houding. “We moeten af van het idee dat VTH – vergunningverlening, toezicht en handhaving – een doel op zich is. Het zijn middelen”, stelt Ruben. “Uiteindelijk gaat het om de maatschappelijke impact: een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Als onafhankelijk toezichthouder moeten we het lef hebben om in die maatschappelijke arena te stappen. Die mindset begint met het creëren van een gedeeld beeld en belang. De afgelopen jaren hebben we daarvoor sterk ingezet op het delen van kennis.”
Kennisnetwerk
De aanbevelingen van de commissie Van Aartsen uit 2021 versnelden die ontwikkeling. De commissie concludeerde dat de VTH-keten niet goed functioneerde. “Er is sindsdien veel gebeurd”, zegt Ruben. “Omgevingsdienst NL is sterk gegroeid. We hebben als koepelvereniging een academie. Een aantal omgevingsdiensten had die samen opgezet, en die hebben we verder uitgebreid met meer cursussen voor alle diensten. Ook is er nu een stevig kennisnetwerk rond thema’s als waterkwaliteit, energie en circulariteit. Onze kennisregisseurs hebben daarin een verbindende rol richting de omgevingsdiensten.”
Data en registratie
Toch is er nog veel werk aan de winkel. Vooral rondom data en registratie. “Net als elke overheidsinstantie lopen we daarin flink achter”, aldus Ruben. “Het gebeurt nog dat ze dezelfde activiteit in de ene regio anders beoordelen of vastleggen dan in de andere. Dat moet eigenlijk niet meer kunnen. We zetten er al grote stappen in. Maar met 26 organisaties en 7.000 medewerkers is dat niet zomaar geregeld.”
“Maar eigenlijk komen wij pas echt in beeld als er een drugsdumping is of een industrie die te veel uitstoot. Als wij ons werk goed doen, zie je ons niet.”
Lokale context
Wat ook meespeelt: de verschillen tussen de omgevingsdiensten zijn groot. Ruben: “De bedrijven en activiteiten in je gebied bepalen waar je goed in bent. In het Noordzeekanaalgebied heb je veel zware industrie, zoals Tata Steel. Elders draait het om energie of landbouw. Die lokale context zorgt voor verschillende specialismen. Ons kennisnetwerk maakt die kennis beschikbaar voor alle diensten. Dat is een enorme stap vooruit.”
Meer efficiëntie
Wat merken de deelnemers van de ODZOB van alle ontwikkelingen binnen Omgevingsdienst NL? “Betere kwaliteit en meer efficiëntie”, reageert Ruben. “Gemeenten en provincie profiteren van de kennisdeling en van de opleidingen via onze academie. Ook spreken we met één stem richting Den Haag. Maar eigenlijk komen wij pas echt in beeld als er een drugsdumping is of een industrie die te veel uitstoot. Als wij ons werk goed doen, zie je ons niet.”
Goed toezicht kost geld
Juist dat maakt het soms lastig om uit te leggen waarom investeren in toezicht en handhaving belangrijk is. Ruben is er duidelijk over: “Goed toezicht kost geld. Maar geen of slecht toezicht kost veel meer. Achteraf de bodem saneren of milieuschade herstellen, is veel duurder. Een kwestie van lange termijn durven denken en de adviesrol van de omgevingsdienst goed benutten. Kijk, iedereen vindt energietransitie belangrijk. We willen natuur beschermen en goede controles op industrie. Maar het moet ook goedkoper. Dat is tegenstrijdig. Daar moeten we eerlijk over zijn.”
Gelijkwaardige basis
Een belangrijke stap volgens Ruben is het eerder betrekken van omgevingsdiensten bij plannen en ontwikkelingen. “We moeten als strategisch partner al aan de voorkant meedenken. Op gelijkwaardige basis en met alle specialistische kennis die we hebben. Die rol moeten we veel meer pakken.”
Hij vertelt dat veel omgevingsdiensten dat al doen. Brabant is daarin een voorbeeld. “De ODZOB en de twee andere diensten zitten vanaf het begin stevig in het zadel. Zij laten zien wat er voor gemeenten en provincie mogelijk is als je als eigenaar investeert in je dienst. Dat verdient een groot compliment.”