This is main content

Regionaal Meetnet lucht & geluid Zuidoost-Brabant

Met een 'Regionaal Meetnet' wordt in de regio Zuidoost-Brabant gestart met het meten van de luchtkwaliteit. Het Regionaal Meetnet wordt zo ingericht dat een goed beeld ontstaat van de luchtkwaliteit (en later ook geluidniveau) in heel de regio Zuidoost-Brabant. De kennis die wordt opgedaan, kan uiteindelijk leiden tot beleid voor een gezondere samenleving. Meetkasten (circa 50) gaan ‘realtime’ stikstofdioxide en fijnstof meten. De focus ligt daarbij op het stedelijk gebied, het gebied rond de luchthaven en het buitengebied met veel veehouderij. Alle data zijn daarbij openbaar. Zo kunnen inwoners straks zelf zien hoe het staat met de luchtkwaliteit in hun omgeving. We leggen met het Regionaal Meetnet een unieke basis voor onderzoek naar en innovatie in onze directe leefomgeving. 

Deelnemende gemeenten

De volgende gemeenten nemen deel aan het regionaal meetnet: Asten, Bergeijk, Best, Boxtel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven (partner en deelnemer), Gemert-Bakel, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Meierijstad, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Son en Breugel, Veldhoven, Waalre. Daarnaast hebben nog een aantal gemeenten deelname in beraad of wachten op besluitvorming.

Nieuwsbrief

Onder 'Documenten' op deze pagina vindt u de nieuwsbrieven Regionaal Meetnet Lucht & Geluid. Deze nieuwsbrief is een gecombineerde aanpak tussen het Regionaal Meetnet en de samenwerking tussen de gemeenten en partners rond de luchthaven.

Veel gestelde vragen

Op deze pagina vindt u een blok met veel gestelde vragen en antwoorden daarop. Staat uw vraag er niet bij dan kunt u mailen naar meetnet@odzob.nl 

Afbeelding van logo's PNB AiREAS Eindhoven TNO RIVM GGD Universiteit Utrecht en ODZOB

Initiatiefnemende partners Regionaal Meetnet: AiREAS, gemeente Eindhoven, Provincie Noord-Brabant, GGD, RIVM, TNO, Universiteit Utrecht en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Veelgestelde vragen

      1. Initiatiefnemende partners Regionaal Meetnet: AiREAS, gemeente Eindhoven, Provincie Noord-Brabant, GGD Brabant-Zuidoost, RIVM, TNO, Universiteit Utrecht en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Vanaf 2020 is het ‘Regionaal Meetnet’ in Zuidoost-Brabant gestart met het meten van de luchtkwaliteit, in de tweede fase wordt ook het geluidniveau gemeten. Hiervoor is een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Het Regionaal Meetnet is een unieke samenwerking en nadrukkelijke uitnodiging aan burgers en bedrijven om zich in te zetten voor een gezonde leefomgeving. 
        De Regiegroep van het Regionaal Meetnet bestaat uit de hierboven genoemde vertegenwoordigers namens de 20 andere gemeenten in de regio. Bijvoorbeeld het Meetplan wordt opgesteld / vastgesteld in de Regiegroep. Alle wensen, ideeën en suggesties kunnen worden ingediend bij ODZOB en deze worden besproken in de Regiegroep.

      2. Op deze pagina www.odzob.nl/meetnet is de actuele lijst van de deelnemende gemeenten te vinden. Daarnaast wachten een aantal gemeenten nog op interne goedkeuring of hebben deelname in beraad.

      3. Ja dat kan. Als u een e-mail stuurt naar meetnet@odzob.nl wordt z.s.m. contact met u opgenomen. Voor het regionaal dekkend beeld en het welslagen van de onderzoeks- en ontwikkelingsopdracht is het van groot belang dat alle regiogemeenten meedoen vanaf het begin. Hier komt bij dat met een gesloten business case en regionale dekking de kans op succes op het verwerven van externe fondsen aanzienlijk vergroot wordt.

      4. Het regionaal meetnet fase één is gestart met het tekenen van de Consortium overeenkomst op 16 december 2019 door de partners AiREAS, Gemeente Eindhoven, Provincie, ODZOB, GGD, RIVM, IRAS en TNO. Vervolgens heeft TNO in maart 2020 opdracht gekregen voor de uitrol van de meetpunten. Op 12 oktober 2020 zijn de eerste CAIREboxen in Eindhoven geplaatst. De verdere uitrol loopt tot en met begin 2021.

      5. Het Regionaal Meetnet is zo ingericht dat er een regio-dekkend beeld verkregen wordt van de luchtkwaliteit. Voor de selectie van meetlocaties is gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (https://www.rivm.nl/gcn-gdn-kaarten) in combinatie met de resultaten van de NSL monitoringsronde 2018 (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/12/19/bijlage-monitoringsrapportage-nsl-2018). Op basis van deze gegevens zijn meetlocaties met lage, gemiddelde en hoge tot zeer hoge fijnstof-belasting geselecteerd. De individuele puntmetingen dienen ter verificatie van deze verwachte concentratie en maken het mogelijk om onderzoek te doen naar de luchtkwaliteit op regionaal niveau. De meetlocaties zijn vastgesteld tot op gemeenteniveau om inzicht te krijgen in het verschil tussen laag-, midden- en hoog-belaste locaties qua luchtkwaliteit. In het stedelijk gebied is aandacht voor de invloed van verkeer, bouwwerkzaamheden en puntbronnen op de lokale luchtkwaliteit. Deze locaties zijn afgestemd met de gemeente Eindhoven. Daarnaast zijn er drie meetlocaties geplaatst rond Eindhoven Airport.

      6. Wij denken dat het Meetnet prima aansluit bij het doel van het Schone Lucht Akkoord. Inmiddels hebben tientallen gemeenten en provincies hun handtekening onder het Schone Lucht Akkoord (SLA) gezet. In onze regio hebben gemeenten Eindhoven, Best, Helmond en de Provincie Noord-Brabant het SLA al ondertekend. De inzet is om nog veel meer gemeenten te mobiliseren. Want hoe meer gemeenten mee doen, hoe sneller de luchtkwaliteit kan worden verbeterd. In een extra portefeuillehoudersoverleg Transitie Landelijk Gebied van Metropoolregio Eindhoven – speciaal over het SLA - is eind februari afgesproken dat de regiogemeenten samen gaan verkennen wat het betekent om (collectief) aan te sluiten bij het SLA. Een tijdelijk opgerichte werkgroep, bestaande uit ambtenaren uit de regio, zal deze verkenning de komende maanden uitvoeren. De uitkomst van deze verkenning vormt het uitgangspunt voor mogelijke toetreding van meer gemeenten aan het SLA en verdere regionale samenwerking op het gebied van luchtkwaliteit.

      7. De twaalf gemeenten (inclusief gemeente Meierijstad) rondom de luchthaven hebben in mei 2019 een subsidie aangevraagd bij én gehonoreerd door Stichting Leefbaarheidsfonds Luchthaven Eindhoven (SLLE). Met dit project willen we de verbinding organiseren tussen het meetnet, lokale burgerinitiatieven en betrokkenheid van gemeenten. Er wordt toegewerkt naar een periodieke (elk kwartaal) afstemmingsstructuur op subregionaal niveau. Waarbij uitwisseling van kennis, beantwoording van vragen, gewenste doorontwikkelingen etc. aan de orde komen. Inclusief een periodieke nieuwsbrief. Voor meer informatie stuurt u een bericht naar: meetnet_luchthavengebied@eindhoven.nl

      1. Voor zover de ruimte dat toelaat binnen de kaders, zoals ze vastliggen in het Meetplan en die nodig zijn om een regionaal dekkend beeld te realiseren, is dat in overleg mogelijk.
        Hiernaast wordt er gedacht aan het beschikbaar hebben van enkele CAIREboxen voor aanvullende meetcampagnes voor specifieke lokale vraagstukken.De meetlocaties in de regio zijn bepaald door TNO, RIVM en IRAS om een regionaal dekkend beeld te realiseren. Waar mogelijk zijn hierbij specifieke wensen van gemeentes meegenomen. Overeenkomstig de tekst uit plan van aanpak en meetplan ligt hierbij de focus op veehouderij.  Locatie keuzes zijn daarom primair gebaseerd op de veehouderij bijdrage aan PM10 concentraties zoals deze in de grootschalige concentratiekaarten (GCN) van het RIVM opgenomen zijn. Hiertoe is van het RIVM de informatie ontvangen waarin alleen deze bijdrage staat. Ook is hierbij in de overweging meegenomen waar er locaties zijn die in de NSL 2019 een overschrijding van PM10 of hoge concentratie van PM10 maar geen overschrijding gerapporteerd worden. In het stedelijk gebied is aandacht voor de invloed van verkeer, bouwwerkzaamheden en puntbronnen op de lokale luchtkwaliteit. Deze locaties zijn afgestemd met de gemeente Eindhoven. Daarnaast zijn er drie meetlocaties geplaatst rond Eindhoven Airport.

      2. Voor het regionaal dekkend beeld is het nodig dat er circa 40 meetpunten komen verdeeld over de regio en rekening houdend met de drie aandachtsgebieden: stedelijk gebied, landelijk gebied en Eindhoven Airport. Het regionaal dekkend beeld, op basis van wetenschappelijke inzichten van TNO, RIVM en IRAS (Universiteit van Utrecht) is de basis voor de verdeling van de meetpunten. Gemeenten kunnen tegen meerkosten “eigen” meetpunten in de gemeente laten plaatsen. Daarnaast zijn er een aantal meetkasten beschikbaar voor tijdelijke mobiele meetcampagnes op basis van lokale vraagstukken. Deelnemende gemeenten met lokale vragen over luchtkwaliteit kunnen deze indienen via odzob@meetnet.nl. Het consortium zal hierop de haalbaarheid van de meetvraag beoordelen en de uitvoering hiervan uitwerken.

      3. Het verloop van de stof concentraties vanuit hoog-belaste naar laag-belaste regio’s wordt met de huidige meetopzet in beeld gebracht; de conclusies die hieruit getrokken kunnen worden zijn evenzeer van toepassing op de gemeenten waar geen meetpunt is gepland en ongeacht waar deze gemeente ligt. Mocht het zo zijn dat na verloop van tijd de metingen aanleiding geven om aan voornoemde, berekende concentraties te twijfelen, zouden we nieuwe meetlocaties kunnen overwegen, zodat deze dan beter in beeld worden gebracht.

      4. Het Regionaal Meetnet is zo ingericht dat er een regio-dekkend beeld verkregen wordt van de luchtkwaliteit. Voor de selectie van meetlocaties is gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (https://www.rivm.nl/gcn-gdn-kaarten) in combinatie met de resultaten van de NSL monitoringsronde 2018 (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/12/19/bijlage-monitoringsrapportage-nsl-2018). Op basis van deze gegevens zijn meetlocaties met lage, gemiddelde en hoge tot zeer hoge fijnstof-belasting geselecteerd. De individuele puntmetingen dienen ter verificatie van deze verwachte concentratie en maken het mogelijk om onderzoek te doen naar de luchtkwaliteit op regionaal niveau. De meetlocaties zijn vastgesteld tot op gemeenteniveau om inzicht te krijgen in het verschil tussen laag-, midden- en hoog-belaste locaties qua luchtkwaliteit. In het stedelijk gebied is aandacht voor de invloed van verkeer, bouwwerkzaamheden en puntbronnen op de lokale luchtkwaliteit. Deze locaties zijn afgestemd met de gemeente Eindhoven. Daarnaast zijn er drie meetlocaties geplaatst rond Eindhoven Airport.

      1. Het Regionaal Meetnet wordt opgebouwd uit een sensorplatform van het type CAIREBox. De CAIREBoxen zijn in ieder geval uitgerust met de volgende meetinstrumenten:

        • Fijnstof sensor: Deze sensor meet PM1, PM2,5 en PM10 (µg/m3) . Deze optische sensor meet de aantallen deeltjes in een aantal kanalen (naar deeltjesgrootte), die de basis vormen voor de omrekening naar een gewichtsconcentratie in de buitenlucht.
        • NO2-sensor (in µg/m3). Deze elektrochemische sensor meet een stroom die wordt omgerekend naar een gewichtsconcentratie in de buitenlucht. Deze omrekening is geoptimaliseerd op basis van een kalibratieperiode aan referentie-apparatuur in de buitenlucht.
        • Temperatuur (°C) voor (controle-) metingen binnen de box;
        • Luchtvochtigheid (RH %) voor (controle-) metingen binnen de box;

        Daarnaast wordt op een drietal locaties rondom het vliegveld gekeken naar het gebruik van sensoren voor UFP metingen. Deze UFP sensors zijn ook aangesloten op de CAIREBox.

      2. De verschillende sensoren in een meetkast meten continue de luchtkwaliteit (stikstofdioxide en fijnstof) op de meetlocatie. De meetgegevens worden vervolgens verstuurd naar een centrale database, waar ze worden verwerkt en beschikbaar gemaakt aan het grote publiek.  Samen vormen deze kasten een Regionaal Meetnet en geven ons inzicht in de variatie in luchtkwaliteit in de ruimte en in de tijd. Door op 50 verschillende plaatsen in de regio langdurig te meten ontstaat een goed beeld van de variatie in luchtkwaliteit in heel de regio. Daarnaast brengen we ook de variatie over de tijd in kaart. Denk bijvoorbeeld aan een toename aan uitstoot door verkeer in de spits of de toename van verwarming in huizen in de winter. Ook de variatie in windrichting speelt een rol bij wat we wanneer (kunnen) meten. Er wordt op jaarlijkse basis een analyse gemaakt van de meetgegevens om deze trends inzichtelijk te maken. Experts van RIVM, TNO en Universiteit Utrecht hebben samen bepaald waar de meetkasten worden geplaatst. De nadruk ligt daarbij op het meten van het gebied rond de steden, de luchthaven Eindhoven Airport en het landelijk gebied met veel veehouderij.

      3. Op 50 verschillende plaatsen in de regio Zuidoost-Brabant. Door langdurig te meten ontstaat een goed beeld van de variatie in luchtkwaliteit in heel de regio. Experts van RIVM, TNO en Universiteit Utrecht hebben samen bepaald waar de meetkasten worden geplaatst. De nadruk ligt daarbij op het meten van het gebied rond de steden, de luchthaven Eindhoven Airport en het landelijk gebied met veel veehouderij. Later dit jaar zijn de meetgegevens per sensor te bekijken. 

      4. De meetwaarden komen beschikbaar via een open platform. AiREAS verwerkt de meetdata op de website www.aireas.com. ODZOB is bezig met de ontwikkeling van de Omgevingsatlas https://atlas.odzob.nl/ waarbij verschillende kaartlagen inzicht geven in de Omgevingskwaliteit. De bedoeling is dat we gaan onderzoeken hoe één van de kaartlagen via kleurcodering de luchtkwaliteit kan aangeven op de gemeten componenten. We gaan ook onderzoeken hoe de meetwaarden ook gebruikt kunnen worden voor de BROS https://www.brabantscan.nl/ van GGD, wellicht in samenwerking met de Omgevingsatlas van ODZOB. Daarnaast wordt samenwerking gezocht met de portal van RIVM: https://samenmeten.rivm.nl/. TNO maakt de meetdata beschikbaar via https://ilm2.site.dustmonitoring.nl/

      5. Middels de resultaten vergroten we collectief het inzicht in de luchtkwaliteit in onze directe leefomgeving. Door een jaarlijkse analyse van de meetgegevens en rapportage met duiding vergroten we de kennis. Deze kennis kan bijdragen aan de vorming van Omgevingsplannen. In samenwerking met de GGD wordt bekeken hoe deze meetwaardes gekoppeld kunnen worden aan beleid voor het bevorderen van de gezondheid van inwoners. In het project is voorzien in een aanvullend onderzoek veehouderij & beleving. Met dit belevingsonderzoek omwonenden en verdiepend blootstellingsonderzoek willen we nagaan of er wel of niet een verband is tussen de uitstoot van stoffen uit de veehouderij, metingen van de luchtkwaliteit en hoe omwonenden dit ervaren.
        Daarnaast geeft het meetnet mogelijk handvatten voor het invulling geven van de verplichting tot monitoring in het kader van de Omgevingswet.

      6. TNO verzorgt een jaarlijkse rapportage met duiding van de meetresultaten. In de rapportage wordt in elk geval in gegaan op trends, in ruimte en tijd, en voor zover mogelijk duiding van mogelijke bronnen.

      7. De meetgegevens zijn binnenkort openbaar beschikbaar voor publiek. Op deze webpagina www.odzob.nl/meetnet plaatsen we de link naar deze openbare meetdata. 

      8. Alle kennis die wordt opgedaan tijdens dit vijfjarige onderzoek wordt gebruikt om beter beleid te maken voor een gezondere samenleving. Daarnaast hopen de deelnemende gemeenten op meer bewustwording: wat kunnen we zelf doen om onze leefomgeving te verbeteren? Het project heeft daarom speciale aandacht voor het verbinden van allerlei initiatieven met burgers, overheden en kennisinstellingen.

      9. Luchtkwaliteit is van grote invloed op de gezondheid. De luchtkwaliteit in Nederland is de afgelopen decennia verbeterd. Toch leidt de luchtkwaliteit in Nederland nog altijd tot een vermindering van de levensverwachting met gemiddeld 13 maanden vergeleken met een situatie zonder luchtverontreiniging. De data van het meetnet geeft meer inzicht in de lokale ontwikkeling en bepaalde trends van de luchtkwaliteit in de regio. Deze inzichten kunnen mogelijk gebruikt worden bij beleidsvorming en besluiten ter verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Het kan daarnaast gebruikt worden voor monitoring. En het draagt voor burgers bij aan inzicht in de luchtkwaliteit van hun lokale leefomgeving en inzicht in lokale bronnen. Dit bevordert hun interesse in hun omgeving en kan burgers ondersteunen in het maken van een gezonde keuze. Naast fijnstof is het bemeten van andere vormen van luchtvervuiling zoals ozon, ultrafijn stof en houtrook in ontwikkeling. We hopen dat het meetnet in de toekomst ook inzicht kan gaan geven over deze stoffen en hun, nu nog meer onzekere, bijdrage aan de luchtkwaliteit. In hoeverre de data van het meetnet specifiek handelingsperspectief geven t.b.v. gezondheid van burgers is onderdeel van onderzoek wat met behulp van dit meetnet geïnitieerd wordt.

         
      10. Het is nog niet precies duidelijk welke eisen gesteld gaan worden aan de wijze waarop de monitoring in het kader van de Omgevingswet moet plaatsvinden. Met het  Regionaal Meetnet willen we onderzoeken hoe innovatieve sensortechnieken kunnen bijdragen aan het inzicht in en de kennis van de Omgevingskwaliteit. De resultaten van dat onderzoek kunnen bijdragen aan ontwikkelingen op het gebied van monitoring. We willen het Rijk meenemen en betrekken om ervoor te zorgen dat deze resultaten worden betrokken bij de discussie over de wijze waarop monitoring moet plaatsvinden.

         

      11. Rekenmodellen zijn gebaseerd op dag- en jaarwaarden die berekend worden op basis van variabelen zoals geografie, verkeersbewegingen, weersinvloeden, stationaire bronnen. De rekenmodellen hebben een wettelijke basis, het Meetnet (nog) niet. Via het Regionaal Meetnet meten we op een aantal locaties elke 10 minuten wat er zich in de buitenlucht bevindt. Eigenlijk toont deze meting dus het resultaat van alles wat er zich in onze omgeving afspeelt. Via onze rapportages proberen we aan deze invloeden verdere duiding te geven. Met het beeld op grond van het Regionaal Meetnet kunnen we de kennis van en het inzicht in de omgevingskwaliteit vergroten, de modelresultaten onderbouwen en toetsen en onze inzichten verder verdichten door regionale dekking. De metingen zijn een aanvulling op dat wat we via rekenmodellen al weten. Bovendien is de maatschappelijke acceptatie van waarden uit metingen groter dan bij rekenmodellen. 

      12. In het project is voorzien in een aanvullend belevingsonderzoek omwonenden en verdiepend blootstellingsonderzoek. Hierin willen we nagaan of er wel of niet een verband is tussen de uitstoot van stoffen uit de veehouderij, metingen van de luchtkwaliteit en hoe omwonenden dit ervaren. Het doel van het onderzoek is om op wetenschappelijke wijze een verband te leggen tussen de bedrijfsvoering bij veehouderijen, concentraties van stoffen in de lucht afkomstig van deze veehouderij (fijn stof, endotoxine en ammoniak) en de blootstelling bij omwonenden. Deze gegevens worden gecombineerd met beleving van de leefomgeving bij omwonenden. Daarnaast is het doel om de informatie uit het regionale meetnet en het meten met sensoren uit te wisselen met het veehouderij onderzoeksdeel. Dit versterkt de informatie en het brede beeld van het regionale meetnet. Dit onderzoek biedt meer inzicht in de invloed van veehouderij op de lokale omgeving en hoe omwonenden dit beleven en ervaren. Deze inzichten kunnen gemeenten gebruiken bij het opstellen of evalueren van hun omgevingsbeleid. En het geeft kansen voor verbinding met veehouders en omwonenden. Het onderzoek gaat ongeveer twee jaar duren, tot eind 2022.

      13. Het gaat niet alleen om de meetbox en de gebruikte sensoren. Voor de kwaliteit is het belangrijk hoe wordt omgegaan met de data. De CAIREboxen van TNO worden gekalibreerd en gevalideerd aan de hand van het landelijk meetnet van RIVM. Daarnaast vindt er een validatieproces plaats waardoor fouten in de meetwaarden zoveel als mogelijk worden geëlimineerd. Aanvullend worden marktpartijen in de gelegenheid gesteld om hun producten te testen, waarbij meetwaarden van alternatieve oplossingen op kwaliteit kunnen worden onderzocht. Dit is onderdeel van de Onderzoeks- en Ontwikkelingsopdracht: onderzoeken hoe innovatieve sensor technieken kunnen bijdragen in het inzicht in de omgevingskwaliteit. Niet uitgesloten is dat in de toekomst op basis van dit onderzoek goedkopere technieken beschikbaar komen. Daarbij kijken we ook naar de inzet van goedkopere technieken  in het kader van burgerparticipatie.

      14. De focus ligt nu op de start en uitrol van het Regionaal Meetnet voor luchtkwaliteit. Vandaar dat er op dit moment nog geen concrete stappen gezet zijn met betrekking tot fase 2 geluid. Zijn er gemeenten die op basis van lokale problematiek snel willen starten met geluid, dan kunnen we in de vorm van maatwerk onderzoeken wat er mogelijk is en tegen welke kosten. Vooralsnog wordt er van uitgegaan dat het meten van luchtkwaliteit en geluid vanuit verschillende meetkasten gebeurt, hoewel niet uitgesloten wordt dat er in de toekomst mogelijkheden zijn om dit geïntegreerd vanuit één meetvoorziening uit te voeren, daar waar dat zin en voordelen heeft.

      1. Alle inwoners van onze regio zijn allemaal burgers, ongeacht de functie die we bekleden of onze herkomst. Vaak wordt met burgerparticipatie bedoeld “iemand die niet bij de overheid werkt”, omdat de overheid beleid maakt en burgers uitgenodigd worden om daarin mee te denken. Voor veel zaken is dat relevant maar als het om onze gezondheid en gezonde leefomgeving gaat draait het niet om keuzes maar om een gemeenschappelijk gedragen basis verantwoordelijkheid. Dat worden “kernwaarden” genoemd voor het duurzaam voortbestaan van de mens maar ook voor de kwaliteit van leven in onze maatschappij. In AiREAS wordt deze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid verbonden in gezamenlijke acties gericht op bewustwording, verbeteringstrajecten en co-creatie projecten van het hogere gezondheid en leefomgeving doel.

      2. Het meetnetwerk wordt door de overheid gefaciliteerd en door haarzelf gebruikt voor kennisontwikkeling ter ondersteuning van beleid. Maar het meetnet is van en voor ons allemaal. Burgers, in de brede zin van het woord, worden als mens blootgesteld aan ongewenste vervuiling maar we weten vaak niet waar het vandaan komt, of het wel vervuiling is (of een natuurlijke oorzaak) en wat het met ons doet. AiREAS onderzoek heeft aangetoond dat voor meer dan de helft van die blootstelling wijzelf de veroorzakers zijn. Het meetnetwerk helpt ons duidelijkheid te krijgen over de maatregelen die we zelf als burger kunnen nemen om onze gezondheid te bevorderen. Dit kan zich vertalen in allerlei stromingen. Denk aan bepaalde gedragsaanpassingen, innovaties in onze ondernemende activiteiten, veranderende keuzes in mobiliteit of energievoorziening, noem maar op. Als we dat allemaal doen op onze eigen manier dan zullen we de verbeteringen zien in de metingen.

        Natuurlijk kunnen we als inwoners kijken naar de metingen en samen de gegevens interpreteren voor onze dagelijkse keuzes. AiREAS heeft een team van inwoners dat zich specifiek richten op een gebied of een vraagstuk. U kunt zich er altijd bij aansluiten. Contactpersoon hiervoor is Jean-Paul Close: jpclose@aireas.com 

        Er zijn ook veel inwoners die om allerlei redenen besluiten om zelf metingen te doen. Het meetnet is dan een bron van vergelijkend meetmateriaal waar met betere nauwkeurigheid inzichten uit kunnen ontstaan. Het meetnetwerk tracht zo gekalibreerd mogelijk meetgegevens te verstrekken en als referentie te dienen voor persoonlijke of groepsinitiatieven. Sommige gemeenten in de regio doen dat ook samen met de eigen inwoners (Al dan niet onder de AiREAS vlag) omdat er lokale opgaven zijn die een meer gedetailleerde focus verlangen. Binnen AiREAS brengen we al deze initiatieven samen zodat we zo effectief mogelijk samen aan onze gezondheid en gezonde lucht kunnen werken.

      3. Via de nieuwsbrieven van het Regionaal Meetnet worden inspirerende voorbeelden uit de burgerparticipatiewereld meegenomen. Ook op de verwijzende websites en de blogs op https://aireas.com/blog/ kunt u informatie volgen die we gaandeweg verzamelen. Als u zelf iets inspirerends te melden heeft dan willen we dat ook graag weten: info@aireas.com 

      4. Alle partners van het Regionaal Meetnet willen ook nieuwe inzichten genereren. Zoals hoe de concentraties fijn stof gedurende het jaar veranderen in de leefomgeving. En hoe dat gekoppeld is aan bedrijfsprocessen. Bijvoorbeeld: zijn de concentraties fijn stof ‘s nachts wellicht lager dan overdag, en welke patronen zien we rond het vliegveld of in stedelijk gebied? Wanneer en waar kun je gaan joggen in zo'n gezond mogelijke buitenlucht? We willen inspiratie leveren voor beleid, bedrijfsvoering en gedrag. En ook burgers, gemeenten, organisaties en bedrijven inspireren. Voor extra meetcampagnes zijn bijvoorbeeld 10 mobiele meetboxen beschikbaar. Uiteraard delen we ook dit met u via onder andere deze webpagina en de meetnet-nieuwsbrief.

      5. Dat is niet verplicht. Wel aan te bevelen vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid en aanpak die we via AiREAS en het consortium beogen. Voor meer informatie neem contact op met AiREAS via https://aireas.com/contact/
         

      6. Het lidmaatschap van AiREAS is gratis maar niet vrijblijvend. AiREAS is geen bedrijf maar een zogenaamde niveau 4 bewustzijn gedreven, multidisciplinaire coöperatie. AiREAS zijn we allemaal. Het hogere gemeenschappelijke doel van de coöperatie is het creëren en behouden van een gezonde leefomgeving en levensstijl. Dit kan niemand alleen. Het wordt projectmatig vormgegeven met inzet van de lokale inwoners, overheid, innovatief ondernemerschap, onderwijs en kennisinstellingen. Lidmaatschap betekent een blijvende positieve uitnodiging tot samenwerking aan gezondheid waarin elke deelnemer bijdraagt naar kunnen en vermogen.